Rattenjagen tussen melkkoeien Onder redactie….

Door Jos Kruis van Ratslag, 6 april 2021

Koeien in het Stro. Door Jos Kruis

Van de agrische bedrijven is de melkveehouderij een van de meest getroffen bedrijven met rattenoverlast. Dat komt ondermeer doordat de stallen waarin de koeien de hele winter staan en in de zomer de nacht doorbrengen heel open zijn. De koeien staan min of meer in een stal die soms aan een kant helemaal open is. Meestal zit de voergang in het midden en kunnen koeien van beide zijden daarvan eten. In de voergang wordt kuilgras gemengd met mais gegooid. Tussen de koeien staan voerautomaten, waarmee koeien gedoceerd krachtvoer krijgen om er voor te zorgen dat de melk een constante kwaliteit heeft.

Meestal is er in de stal een afzonderlijke melkerij. Koeien worden met hekken twee keer per dag door de melkerij geleid. Meestal een afgesloten ruimte waarin koeien zo worden opgesteld dat de boer vanuit een verlaagde gang (put) de zuignappen op de uiers kan zetten. Veel melkputten zijn voorzien van een systeem waar de koeien worden bijgevoerd met krachtvoer (brokjes) om ze tijdens het melken rustig te houden. De meer moderne bedrijven hebben twee of meer melkrobots staan. Koeien gaan hier op eigen initiatief in en krijgen dan ook meteen hun dagelijkse hoeveelheid krachtvoer voorgeschoteld.

Ratten zijn gek op het krachtvoer. Als ze eenmaal een weg daarnaar toe gevonden hebben zullen ze proberen om zo dicht mogelijk bij de bron nesten te maken. Ik kom regelmatig ratten tegen in de plavonds van de melkerij. Zij hebben dan al vaak grote schade aangericht. Dergelijke plavonds zitten vol met gaten en de ratten zitten je door die gaten gewoon aan te kijken.

Ook op het menu van ratten staat de mais dat gemengd met kuilgras in de voergang wordt aangeboden. Toch tref je daar meestal niet veel ratten, omdat de voergang relatief open ruimte is waar ratten zich niet veilig voelen. Dat wordt anders als de stal afgesloten is. Ratten hoeven dan niet bevreesd te zijn voor roofvogels. Ik maak regelmatig mee dat rattenpopulaties zijn geëxplodeerd in dergelijk stallen. Ik adviseer een boer met zo’n stal om de duiven en spreeuwen voor lief te nemen, door de deuren te openen en ook roofvogels en katten toe te laten. Anders blijft het dwijlen met de kraan open.

Maiskuil. Door Jos Kruis

Buiten, meestal achter op het erf bevind zich vaak de gras- en maiskuil in langwerpige silo’s hermetisch gesloten met dekzeilen. Ratten zijn verzot op de mais en ze zitten vaak onder de zeilen. Als je daar wilt jagen moet je de boer vragen of hij de maiskuil een paar dagen niet afdekt.

Dan is er nog de mesthoop. Een mesthoop is warm door de broei en ratten maken daarin graag een nest. Boeren gooien vaak ook ander organisch afval op de hoop, waardoor ratten daar ook veel te eten hebben.

Een jachtpartij op de melkveehouderij begint met een verkenning bij daglicht. Vraag de boer waar hij de ratten waarneemt. Kijk naar keutels, holen en andere rattensporen. Kijk ook naar obstakels als putten, afstappen en dergelijke, zodat je je s-nachts in donker kunt oriënteren en niet verongelukt. Het jagen zelf is een nachtelijke wandeling met je geweer om de schouder en het statief en de thermische handkijker in de hand. Scan de omgeving af en als je ratten ziet loop je daar rustig maar toe. Kies zorgvuldig een positie, zoveel mogelijk verdekt en blijf onder de wind. Ratten kunnen goed ruiken.

Foto Bram Petraeus

Stop je handkijker weg en zet je geweer op je schietstok. Kijker aan en IR-straler op minimum vermogen. Het belangrijkste is geduld. Kijk rustig naar wat de ratten doen. Als je jongen ziet dan zijn Pa en Ma ook in de buurt. Als je maar één rat ziet is het de moeite waard om nog even te wachten of er meer komen. Als je gaat schieten ga dan voor de grootste ratten. Deze zijn het slimst en als je die uitschakelt krijg je meer grip op de populatie. Ook omdat andere ratten komen kijken wat er met hun leider (alfa-rat) is gebeurd. Je kunt dan meerdere ratten na elkaar afschieten. Nadat je een of twee ratten hebt afgeschoten zullen de ratten even wegblijven om na een kwartiertje weer tevoorschijn te komen. Als het langer duurt kun je besluiten om het geweer om de schouder te hangen en weer te gaan rondlopen met de thermische kijker. Zo loop je in een avond een paar keer langs de hotspots.

Conclusie: Elke situatie is anders en je moet je aanpassen op wat je zoal tegenkomt. Het is dan ook de ervaring die maakt dat je steeds gemakkelijker de beste aanpak kunt vinden. Sowieso staat de eerste avond op een boerderij in het teken van verkenning en onderzoek. Op de tweede avond weet je al veel meer en kun je veel gerichter aan de slag.