Wet- en Regelgeving m.b.t rattenjagen

Door Jos Kruis van Ratslag, 19 maart 2021

Geschiedenis

De oude knikloop buks

Rattenjagen m.b.v. luchtbuksen is van alle tijden. Vooral in de agrarische sector was rattenjagen een spannend tijdverdrijf van de boerenzoon die daarmee op en om het erf de ratten te lijf ging. Zonder veel succes overigens want raak schieten met de vroeger beschikbare knikloop veerbuksen is niet te doen. Wat dit betreft is er nog niet veel veranderd. Er zijn nog steeds grote aantallen luchtbuksen in omloop en bij de meeste boeren (en buitenlui) staat er wel ergens een luchtbuks te verroesten. Bij de boeren leeft ook nog steeds het idee dat ratten jagen wel leuk, maar niet effectief is. Zodra een rattenpopulatie op de boerderij echt uit de hand loopt is de boer geneigd om terug te grijpen naar beproefde methodes van vergiftigen.

Door een aantal ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar staan zaken er nu anders voor:

Rattengif is geen optie meer
  • De toenemende weerstand tegen het gebruiken van gif om ratten te bestrijden. Sowieso is er een toenemend bewustzijn omtrend de gevolgen ervan voor de omgeving en het milieu. In dit argument past ook de zorg voor het dierenwelzijn. Boeren en professionele ongediertebestrijders worden door aangescherpte regels beperkt in het gebruik van gif en zoeken naar andere effectieve methoden om groeiende rattenpopulaties te beheersen. Er is veel innovatie op dit gebied, maar vooralsnog is er geen goede aanpak beschikbaar binnen bestaande wet en regelgeving. De overheden zijn van goede wil en verlenen ontheffingen of gedogen nieuwe methoden van rattenbestrijding om de problematiek rond ratten niet uit de hand te laten lopen.
  • De technologische ontwikkeling van door perslucht aangedreven luchtbuksen heeft een grote vlucht genomen. Nu zijn we zover dat een nauwkeurige persluchtbuks voor minder dan €500,- beschikbaar is. Nu ook de kosten voor nachtzichtapparatuur in een vrije val zitten is de luchtbuks plotseling een effectief (maar, nog wel verboden) gereedschap voor de rattenbestrijding geworden. Omdat jagers en professionele ongediertebestrijders zich niet kunnen veroorloven om hun licenties te verspelen, is het afschieten van ratten met een luchtbuks beperkt gebleven tot een relatief kleine groep specialistische rattenjagers. Deze hadden nu het gereedschap om zonder gif, in de eigen omgeving rattenproblemen effectief aan te pakken. Zij hebben zichzelf moeten ontwikkelen en daarbij heeft mijn website Erfschutter.nl ongetwijfeld een positieve bijdrage geleverd.
Foto Bram Petraeus
  • Bovenstaande heeft ertoe geleid dat de specialistische rattenjagers (de boerenzonen en burgers) zich konden ontwikkelen tot bekwame en ervaren rattenjagers, die nu effectief en efficiënt ratten kunnen bestrijden. Dit tot ergernis van de jagers en professionele ongediertebestrijders, die ook graag met deze succesvolle methode aan de slag wilden. Zij konden echter niet illegaal werken, omdat zij daarmee hun jachtakte, dan wel bestrijdingslicentie in de waagschaal leggen. Hierdoor konden de specialistische rattenjagers (in het gedoogbeleid van de overheid) ervaring opdoen en het rattenjagen ontwikkelen tot de effectieve methode, die het nu is.
  • Zowel vanuit de jagers, als vanuit de kringen van de ongediertebestrijders is bij de provincies geageerd tegen deze praktijk en gelobbyd voor ontheffingen. Nu is er een driedeling ontstaan in de beroepsgroep van de rattenjagers, met de jachtakte houders aan de ene kant en de professionele ongediertebestrijders aan de andere. De specialistische rattenjagers, die al zo’n 10 jaar ervaring hebben staan buiten spel, omdat zij niet meer kunnen werken onder een gedoogbeleid en niet in aanmerking komen voor een ontheffing. De jagers beargumenteren dat zij de beste rattenjagers zijn omdat ze kunnen voldoen aan de eisen die de wetgever aan het gebruik van vuurwapens stelt. De professionele ongediertebestrijders roepen dat ongedierte bestrijden hun business is en het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) heeft een stoomcursus rattenjagen ontwikkeld op basis waarvan sommige provincies ontheffingen willen afgegeven. De huidige praktijk is dat jachtakte houders relatief gemakkelijk een ontheffing kunnen krijgen. Een aantal provincies is ook overgegaan tot het verlenen van ontheffingen aan professionele ongediertebestrijders die de cursus van KAD hebben gedaan. De bestaande groep specialistische rattenjagers staat vooralsnog buitenspel en wordt in de illegaliteit gedrukt.

Actuele regelgeving

Laten we kijken hoe we vanuit bovenstaande patstelling een mogelijk beleid kunnen ontwikkelen waarin de verschillende partijen een goede plek krijgen. Daarvoor gaan we eerst de actuele regels bestuderen.

Wet wapens en munitie (Wwm): In de Wet wapens en munitie is bepaald dat een luchtbuks is ingedeeld in categorie IV. Er zijn twee artikelen in deze wet die iets over luchtdrukwapens zeggen.

  • Artikel 26 lid 5: “Het is personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt verboden een wapen van categorie IV voorhanden te hebben”.
  • Artikel 27 lid 1 “Het is verboden een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen”.
18 jaar of ouder

Het is dus toegestaan een luchtdruk wapen voorhanden te hebben, als je 18 jaar of ouder bent. Dragen gaat over het voorhanden hebben in de openbare ruimte. Vrij vertaald betekend dit, dat je er niet mee op straat mag lopen. In de openbare ruimte mag je het wapen wel vervoeren, als het deugdelijk en uit zicht is opgeborgen. Dus in een koffer of foedraal. Je mag het wapen niet voor onmiddellijk gebruik voorhanden hebben. Dus los in een kofferbak van een auto is niet toegestaan. Verder zijn er geen beperkingen in de Wwm omtrent accessoires als nachtzichtapparatuur, dempers en dergelijke.

Als het nodig is om een luchtdruk wapen te dragen in de openbare ruimte dan kun je daarvoor bij de politie een draagverlof aanvragen. Dit wordt ook in de Wwm geregeld.

  • Artikel 29 lid 3: “Indien een redelijk belang dit vordert, kan de in artikel 28, eerste lid, bedoelde instantie verlof verlenen tot het dragen van een wapen van categorie IV”.
  • Artikel 28 lid 1: “Verlof tot het voorhanden hebben van een wapen en munitie wordt, uitsluitend voor wapens en munitie behorend tot categorie III, verleend door de korpschef”.

Door artikel 29 is artikel 28 ook geldig voor luchtdrukwapens en kan de korpschef onder de genoemde voorwaarden in artikel 28 een “draagverlof” afgeven.

Wet Natuurbescherming (Wnb) : De bruine en zwarte rat vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Voor zover er over deze dieren in de Wnb iets wordt gezegd gaat het om het bejagen ervan met geweer (door een jager) of met jachtvogels (door een valkenier). Een luchtdrukwapen wordt in de Wnb niet genoemd. Het in de Wnb genoemde “geweer” is volgens de Wet Wapens en Munitie (Wwm) een vuurwapen van de categorie III. Een luchtdruk wapen is ingedeeld in categorie IV en is als zodanig geen geweer. Alle eisen, die in de Wnb aan het gebruik van het “geweer” worden gesteld zijn op luchtdrukwapens niet van toepassing.

Verder worden in de Wnb de middelen genoemd voor “het vangen en doden van dieren”:

  • Artikel 3.24 lid 2: “Het is verboden zich buiten gebouwen te bevinden met bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren, of met materialen ter onmiddellijke vervaardiging van die middelen, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat die middelen of materialen zullen worden gebruikt voor het doden of vangen van dieren”.
    Opmerking: Ik kan de lijst van aangewezen middelen niet vinden. Ik moet hier nog achteraan….

Dan is er een artikel dat bepaald hoe dieren moeten worden behandeld.

  • Artikel 3.25 lid 1 Bij het verlenen van een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste onderscheidenlijk tweede lid, 3.4, tweede lid, 3.8, eerste, onderscheidenlijk tweede lid, 3.9, tweede lid, of 3.10, tweede lid, in samenhang met artikel 3.8, eerste of tweede lid, en met artikel 3.9, tweede lid, en bij het geven van een opdracht als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, worden de middelen aangewezen die voor het vangen en doden van de aldaar bedoelde vogels en dieren mogen worden gebruikt.
  • Artikel 3.25 lid 2 Onze Minister wijst bij ministeriële regeling, onderscheidenlijk provinciale staten wijzen bij verordening de middelen aan die mogen worden gebruikt ter uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 3.15, tweede, onderscheidenlijk vierde lid, en 3.16, tweede, onderscheidenlijk vierde lid.
  • Artikel 3.25 lid 3 Indien een vrijstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 3.15, tweede en vierde lid, met het oog op het voorkomen van schade als bedoeld in artikel 3.15, vijfde en zesde lid, of een vrijstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 3.16, tweede en vierde lid, met het oog op het voorkomen van overlast als bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid, dan wel ontheffing wordt verleend als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 2°, en onderdeel c, onder 2°, worden voor het bestrijden van vogels en dieren slechts middelen aangewezen die nadelige gevolgen voor het welzijn van vogels en dieren voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk beperken, waarbij het doden van dieren zoveel mogelijk vermeden wordt.

Interpretatie van de wetgeving

Het hebben en gebruiken van luchtbuksen is toegestaan vanaf 18 jaar. Je mag het wapen niet “dragen” in de openbare ruimte. Dus volwassenen mogen luchtbuksen gewoon gebruiken op eigen terrein of op het terrein van iemand anders, als die daarvoor toestemming heeft gegeven. Verder zijn er geen beperkingen opgelegd. Er wordt niets gezegd over zichtbaarheid van de gebruiker en het wapen vanuit de openbare ruimte.

Omdat een luchtbuks in de Wnb helemaal niet wordt genoemd is een luchtdrukwapen dus ook niet vermeld op de lijst van “aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren”. Daarmee is bepaald dat je met een luchtbuks geen dieren mag doden. Verder is bepaald dat je sowieso buiten gebouwen geen dieren mag doden met de in de lijst genoemde middelen.

De Wnb legt in artikel 3.25 op dat als je (met welke ontheffing dan ook) over gaat tot bestrijden van dieren, dan dien je nadelige gevolgen voor het dier te voorkomen. Als je moet doden dan moet dit zo zorgvuldig (pijnloos) mogelijk.

Mogelijkheden voor ontheffing

Als een rattenjager een luchtbuks wil gebruiken bij het bestrijden van ratten dan moet hij dus een ontheffing op bovenstaande artikelen van de wet regelen. Er zijn juridisch twee wegen om zo’n ontheffing te verlenen. Beide mogelijkheden voor ontheffingen hebben betrekking op Wnb. De provincies hebben de mogelijkheid om dergelijke ontheffingen te verlenen .

Route 1 of 2
  • Route 1: Maak een uitbreiding op de definitie van het geweer in de Wnb, door ook luchtdrukwapens van de categorie IV daarin onder te brengen. Je voegt dan de luchtbuks toe en laat verder alle eisen, die aan het “geweer” worden gesteld overeind. Je moet dan nog wel regelen dat het “geweer” mag worden voorzien van nachtzichtapparatuur, demper en dat er ook na zonsondergang mee gejaagd mag worden. Dit kan door een ontheffing te geven op de artikelen in de Wnb, die dergelijk accessoires en het nachtjagen verbieden.
  • Route 2: Voeg het luchtdrukwapen toe aan de lijst “bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen die geschikt zijn voor het doden of vangen van dieren”. Geef voor het luchtdrukwapen een ontheffing voor Wnb artikel 24 lid 2, zodat het wapen ook buiten gebouwen kan worden gebruikt.

Route 1 is een geschikte aanpak om jagers met een jachtakte in de gelegenheid te stellen om in akkers met luchtdrukwapens met zware kalibers en onbeperkte vuurkracht ratten af te schieten. Deze aanpak past goed in de werkwijze van de jager en je borgt dat de uitvoerders vakbekwaam zijn voor het gebruik van deze zware luchtdrukwapens.

Route 2 is meer geschikt om de professionele ongediertebestrijders de mogelijkheid te geven om het luchtdrukwapen toe te voegen aan het instrumentarium voor rattenbestrijding. Ongediertebestrijders hebben hun business op bedrijfsterreinen, in fabrieken, magazijnen en andere gebouwen, op erven en in achtertuinen. Hier schieten zware luchtdrukwapens letterlijk hun doel voorbij. In een stal met boerderijdieren en kwetsbare technologie als melk-robots, voersystemen past het om met beperkte mondingsenergie (maximaal 30 joule) te schieten op afstanden tot zo’n 25m. Door de mondingsenergie te beperken, beperk je ook de risico’s voor de uitvoerder en de opdrachtgever. Voor de beperkte risico’s zijn de eisen die de Wnb aan jagers (voor het gebruik van vuurwapens) stelt buiten proportie. Zeker omdat de Wwm aan luchtdrukschutters helemaal geen eisen stelt.

Vakbekwaamheid

De manier van ontheffing verlenen via route 2 zegt niets over vakbekwaamheid. Iets wat met route 1 wel geregeld is in de jachtactie. Echter de eisen voor een jachtactie m.b.t. het omgaan met gevaarlijke vuurwapens zijn voor luchtdrukwapens (zeker als in de ontheffing de mondingsenergie wordt beperkt) te zwaar.

Vakbekwaamheid bij gebruik van luchtdrukwapens wordt uitgedrukt in de mate waarin de schutter in staat is om een rat pijnloos en trefzeker te doden. Daar gaat de Wnb wel degelijk over en dit is voor iedereen (dus ook voor het afschieten van ratten) al geregeld in artikel 3.25.

Bij het verlenen van de ontheffing doet de provincie er goed aan om voor niet jachtakte houders eisen aan vakbekwaamheid van de rattenbestrijder te stellen. Het KAD heeft speciaal voor ongediertebestrijders een cursus RPB: “Rattenpreventie en -bestrijding met warmtebeeldcamera & persdrukgeweer op basis van IPM” ontwikkeld. Als de Provincie deze cursus eist voor de ontheffing, zijn er voldoende garanties voor vakbekwaamheid. Ook al besteed deze cursus vooralsnog te weinig aandacht aan schietvaardigheid. Intussen is de noodzaak van eisen aan schietvaardigheid wel duidelijk. Er zijn al wat initiatieven om (in samenwerking met een schietsportvereniging) de cursus uit te breiden met onderdelen wapenbeheersing en schietvaardigheid. Mogelijk komt er ook nog een toets op schietvaardigheid zoals hieronder beschreven.

Door onderscheid te maken tussen rattenjagers in de landerijen en akkers (jachtaktehouders) en de rattenjagers in de gebouwen, op erven, bedrijfsterreinen en in achtertuinen (ongediertebestrijders) is het ook mogelijk om in het eerste geval route 1 voor de ontheffing te gebruiken. Voor de ongediertebestrijders en de bestaande specialistische rattenjagers is route 2 een begaanbare weg. Door aan ongediertebestrijders in de ontheffing een beperking op te leggen voor de toegestane mondingsenergie en een basiscursus rattenjagen (zoals die van KAD) verplicht te stellen kan de wetgever het rattenjagen toevertrouwen aan de professionele ongediertebestrijders.

De bestaande beroepsgroep van specialistische rattenjagers valt hiermee tussen de wal en het schip. Zij hebben nu de keuze…

  • Zij moeten zich gaan bekwamen in de jacht en vuurwapens (inclusief een perceel, wapenkast, vuurwapen, etc.) om met een luchtbuks te kunnen blijven rattenjagen. Of…
  • Zij moeten zich verdiepen en diplomeren in het gebruik van gif en de bestrijding van muizen, kakkerlakken, wespen, rupsen om uiteindelijk alleen ratten ecologisch (dus zonder gif) te mogen afschieten.

Dat is raar: Het is alsof je om te mogen autorijden moet kiezen tussen het halen van vliegbrevet of een vaarbewijs.

Hoe verder met oorspronkelijke rattenjagers?

Er moet ook een manier bedacht worden waarmee de bestaande groep specialistische rattenjagers hun vakbekwaamheid kunnen aantonen net zoals je voor autorijden een rijexamen moet afleggen. Dit moet een cursus zijn, waarin de belangrijkste aspecten van het rattenjagen worden behandeld. Denk aan wapenkennis, ballistiek, veiligheid en risico’s, houding en gedrag met wapens, kennis van het gedrag van ratten en ook hier aantoonbare schietvaardigheid. Het KAD zou deze cursus kunnen ontwikkelen (naast de bestaande cursus voor IPM-Ongediertebestrijders) en zou daarmee de specialistische rattenjager in het gareel van IPM kunnen drukken. Voor deze rattenjager geldt dan ook de beperking van de mondingsenergie (30 joule).

Field Target schieten. Foto van Jos Kruis

Het theoretische kader voor zo’n opleiding is wel beschikbaar en daarvoor kun je terecht bij schietverenigingen. Voor een schietvaardigheidstoets zou je kunnen leunen op de disciplines Field-Target (FT) of Hunter-Field-Target (HFT), die op schietverenigingen in wedstrijd verband worden georganiseerd. Een vereenvoudigde versie daarvan zou een prima middel zijn om schietvaardigheid van aspirant rattenjagers te toetsen. Zie Erfschutter.nl voor meer informatie over deze vormen van wedstrijdschieten. Zie ook de Dutch Field Target Association.

Het collectief van ecologische rattenjagers is zich aan het organiseren in de vereniging van Ecologische Rattenjagers Nederland (ERANED). Dit, om de belangen van deze groep rattenjagers, maar ook die van de fretteurs en hondenjagers onder de aandacht te brengen. Als het KAD geen cursus gaat aanbieden voor deze categorie rattenjagers kan ERANED besluiten om deze cursus te gaan ontwikkelen en te geven. In principe is de “Ratslag Academie” al het begin van zo’n cursus.

Samenvattend

Het rattenjagen zoals ontwikkeld door de specialistische rattenjagers is nog steeds bij Wet verboden. Het door de overheid gevoerde gedoogbeleid is recent overgegaan naar een beleid van ontheffing verlenen. Provincies geven hier ieder voor zich een eigen invulling aan. Voor mij als landelijk opererende specialistische rattenjager is dat een onwerkbare situatie. Daar komt bij dat provincies nu ontheffingen verlenen aan de nieuwkomers in onze beroepsgroep. Dit zijn de jagers, die hierin een uitbreiding van hun hobby vinden en professionele ongediertebestrijders die het rattenjagen willen toevoegen aan hun instrumentarium. De drie categorieën rattenjagers kunnen prima naast elkaar bestaan.

  • De jagers hadden al de plicht om bij boeren waar ze jagen ook de schade veroorzakende ratten in de akkers aan te pakken. Deze krijgen met een ontheffing de mogelijkheid om vraatschade tegen te gaan met luchtdrukwapens. Daarmee hebben zij een beter gereedschap om deze taak uit te voeren.
  • De specialistische rattenjager beperkt zich tot het erf en de stallen van agrariërs en particulieren en gebruik daarvoor een kleiner kaliber en beperkte mondingsenergie.
  • De bestaande ongediertebestrijders kunnen zelf leren om rattenjager te worden en zo deze methode aan hun gereedschapskist toevoegen. Zij zullen dan ervaren dat ratten jagen een specialisme is wat je er niet zo maar even naast doet. Het ligt dan voor de hand dat professionele ongediertebestrijders deze specialisten binnen hun bedrijf een opleiding bij KAD laten volgen. Alternatief is dat de ongediertebestrijders specialistische rattenjagers inhuren wanneer deze nodig zijn.

De brancheorganisaties doen er verstandig aan om in de certificering het rattenjagen los te koppelen van het gebruik van gif. Immers als je het gebruik van gif wilt ontmoedigen, moet je niet hebben dat rattenjagers ook gif inzetten omdat ze dan sneller klaar zijn.

Opmerking: Ik denk dat de brancheorganisaties voor de professionele ongediertebestrijders hier het voortouw moeten nemen. Ik vermoed dat professionele rattenjagers goed inzetbaar zijn onder de vleugels van IPM-gecertificeerde ongediertebestrijders en IPM-gecertificeerde agrariërs. Als je dat doet hoef je voor rattenjagers alleen eisen te stellen aan vakbekwaamheid voor het gebruik van luchtbuksen bij het bestrijden van ratten. De jagers zijn dan snel klaar. De bestaande groep rattenjagers kunnen na de hiervoor beschreven opleiding en eventueel een toets van schietvaardigheid aan de slag.

Verder lezen….